Category Archives: WINTER

Bouw een vlot

Lekker dobberen op het water of een roeiwedstrijd houden met je vrienden. Dat kan met een zelfgemaakt vlot. Zoek in het bos grote, stevige takken (diameter groter dan
twintig centimeter) of vraag aan de boswachter om een paar boomstammen. Leg de takken in de lengte naast elkaar neer en maak ze vast met stevig touw. Bind er meerdere takken dwars op.

Vliegeren

Is er buiten een lekker briesje? Ga dan
vliegeren met je eigen vlieger.

ZOLANG DUURT HET: 30 tot 60 minuten

Zoek twee rechte takken. Eén korte tak
van dertig à vijftig centimeter en een tak
die twee keer zo groot is. Maak de takken
met touw als een kruis aan elkaar. Knip
uit papier of dunne stof een grote ruit en
maak deze vast aan de takken. De staart
maak je van touw met allerlei leuke versiersels
van papier, veertjes of ander licht
materiaal.

Leef je uit met takken

Je eigen speer
Een speer is zo gemaakt. Alles wat je nodig
hebt, is een goede stok en een zakmes.
Maak een scherpe punt aan het uiteinde
van de stok.

Pijl en boog
Zoek een stevige, lange tak. Bind aan beide
uiteinden touw vast. Het touw blijft
beter zitten als je in de uiteinden van de
tak een snee maakt met een zakmes. Om
het touw stevig vast te zetten, kun je ook
tape gebruiken. Gebruik kleinere takken
als pijlen.

Heksenbezem
Vliegen als een heks? Maak dan je eigen
heksenbezem. Zoek een dikke, rechte stok
van ongeveer één meter lang en vijf tot zes
centimeter in doorsnede. Zoek ook fijne
takjes van de berk, deze zijn erg flexibel en
breken niet snel af. Bind het bosje berkentakken, samen met de stok, met een touw
bij elkaar.

Katapult
Een katapult maken moeilijk? Niet als je
een stevige tak in de vorm van een V vindt.
In het bos zijn er meer dan je denkt. Het
enige dat je nu nog hoeft te doen, is een
elastiek vastmaken aan de uiteinden.
Woorden met takken
Leuk voor op de foto, als aandenken of als
uitnodiging: schrijven met takken!

Toverstaf
Zoek een mooie stok. Maak er met een
scherp mes allerlei mooie figuurtjes in.
Verf de stok of versier ‘m met linten.

Zwaard
Zoek een mooie stevige stok. Maak een
kleine stok onderaan vast met touw.

De natuur als speeltuin

Boom als evenwichtsbalk
In het bos vind je vaak omgevallen of omgezaagde bomen. Probeer van de ene kant van
de stam naar de andere kant te lopen, zonder te vallen. Zo leer je heel goed je evenwicht
bewaren.

Schommelen
Aan een dikke tak van een boom, knoop
je een lang dik touw vast. Maak meer dere
knopen, zodat het touw niet losschiet.
Aan de onderkant maak je een hele dikke
knoop, ongeveer vijftig centimeter boven
de grond. Neem een grote aanloop, hou
je vast aan het touw en ga op de knoop
zitten. Schommelen maar.

Maak je eigen wip
Je neemt een dikke, omgevallen boomstam.
Leg dwars over de stam een houten
plank, of een kleinere boomstam. Je wip is
klaar.

Familiespelletjes

Mikado
Misschien heb je het thuis weleens gespeeld. Mikado: het spel met de stokjes. Dit spel
kun je ook buiten spelen. Zoek minimaal twintig takjes van ongeveer dezelfde lengte
en dikte. Elk takje krijgt een waarde door ze te markeren met een stift of door er een strootje omheen te binden. Elk takje met bijvoorbeeld één strootje is één punt. Takjes
met twee strootjes zijn twee punten waard en zo verder.
Pak alle takjes in je handen bij een en laat
ze vallen. De jongste speler mag beginnen
door takjes weg te halen zonder andere
takjes te bewegen. De speler met de meeste
punten heeft gewonnen.

Darten
Trek met een stok op de grond drie cirkels
om elkaar heen. Elke cirkel heeft een andere
waarde. Trek een lijn op ongeveer vijf
meter afstand. Vanaf hier mag je met drie
dennenappels, eikels of stenen in de cirkels
gooien. Wie heeft de meeste punten?

Jeu de boules
Speel jeu de boules met een eikel en dennenappels,
of iets anders uit de natuur. De
oudste speler gooit de eikel op het zandpad.
Welke speler lukt het om een dennenappel
het dichtst bij de eikel te gooien?

Boter-kaas-en-eieren
Zoek vier stokjes van ongeveer dezelfde
lengte. Leg 2 stokjes horizontaal en daarover
2 stokjes verticaal. Je hebt nu negen
vakken. Elke speler verzamelt vijf dezelfde
items om mee te spelen, zoals dennenappels
of steentjes. Let op dat elke speler
een ander voorwerp heeft.

Speurtocht (in het donker

LEEFTIJD: 6 jaar en ouder ZOLANG DUURT HET: 20-60 minuten VOORBEREIDING: zet de
speur tocht van tevoren uit met linten, met kaartjes of met een routebeschrijving
DIT HEB JE NODIG: opdrachtenkaart EN DAN NOG DIT: loop mee met jonge kinderen;
oudere kinderen vinden het juist spannend om alleen te lopen; geef ze een
mobiele telefoon mee

Een speurtocht is altijd leuk, overal te doen en in het donker extra spannend. Bedenk van tevoren hoe je wilt dat de speurtocht eruit gaat zien. Bepaal de route en zet deze
uit, bijvoorbeeld met linten, krijt op tegels of natuurlijke materialen. Een pijl is bijvoorbeeld eenvoudig te maken van drie takken of door lijnen te trekken in het zand.
Onderweg zorg je voor allerlei opdrachten. Dat mag van alles zijn: van spelletjes, liedjes zingen, tot het tellen van dingen of verzamelen van voorwerpen. Geef vooraf ook een
opdracht mee, die voor de hele speurtocht geldt. Zoek bijvoorbeeld zo veel mogelijk
verschillende bladeren.

Dropping

LEEFTIJD: 8 jaar en ouder
ZOLANG DUURT HET: 60 minuten
VOORBEREIDING: verken als begeleider
zelf het gebied van tevoren goed
DIT HEB JE NODIG: blinddoeken, kompas of
kaart, mobieltje
EN DAN NOG DIT: loop mee met jonge
kinderen; oudere kinderen vinden het
juist spannend om alleen te lopen; geef
ze wel een mobiele telefoon mee

Je wordt geblinddoekt naar de plek gebracht waar je gedropt wordt. Met het kompas of met een kaart moet je de weg weer naar huis of naar een afgesproken punt zien te vinden.
Is er een lange tocht uitgezet, dan is het fijn als de begeleider halverwege met wat drinken en iets lekkers klaarstaat. Of je krijgt iets eten en drinken mee voor onderweg.

Natuurmemory

ZOLANG DUURT HET: 30 minuten

Maak twee groepjes. De eerste groep mag
vijf minuten lang tien dingen uit de natuur
verzamelen. Dat kan een dennenappel,
een blad van een boom of een bloem
zijn.

Neem een geruit kleed mee of een groot
vel papier met tien vakjes. Na vijf minuten
legt de eerste groep hun verzameling
op het kleed of op het papier. De andere
groep mag één minuut kijken, en dan legt
de begeleider er een doek overheen. De
tweede groep gaat nu precies hetzelfde
zoeken als de eerste groep, daarvoor hebben
ze tien minuten de tijd. Wil je het spel
moeilijker maken, dan moeten de groepen
de gevonden items ook op de juiste
volgorde leggen.

Zoek je familie

Maak kaartjes met daarop de namen van
dieren en leg ze op familie in groepjes bij
elkaar. Bijvoorbeeld vogels: koolmees,
specht, vink. Zeedieren: dolfijn, walvis,
haai. Hoefdieren: paard, zebra, ezel.
Neem evenveel kaartjes als kinderen die
meedoen. Plak de kaartjes op de rug. Je
moet nu je familie bij elkaar zoeken, maar
je mag daar niet bij praten! Wel mag je gebaren
en geluiden maken